Interview NVLB

18 May 2026

 

‘We zijn de geruisloze toeleveranciers aan de bouw, infrastructuur en de klimaatadaptatie’

De Hoop Terneuzen is al meer dan een eeuw actief in de bouwgrondstoffen. Wat begon als een Zeeuws familiebedrijf, groeide uit tot een brede speler in Nederland en België. In gesprek met Benno Groeneweg (directeur) en Jacobus van Keulen (hoofd verkoop).

Wie in het digitale krantenarchief van Delpher.nl zoekt, vindt verschillende artikelen en advertenties waarin ‘De Hoop Terneuzen’ wordt genoemd. Zo meldt het bedrijf vlak na de Watersnoodramp van 1953 dat ze een groot aandeel heeft gehad in de herstelwerkzaamheden (zie hieronder). Benno Groeneweg vertelt: ‘De Hoop heeft een rijke geschiedenis. Het bedrijf begon als een lokaal bedrijf, vanuit een aannemersfamilie, en veranderde later in een handelaar in bouwmaterialen. Door de geschiedenis heen was er bij grote opgaven steeds een rol voor De Hoop weggelegd, zoals na de Watersnoodramp en bij de Deltawerken.’

Jacobus van Keulen ziet die geschiedenis letterlijk om zich heen. Hij woont aan de Zeeuwse kust, vlak bij plekken waar in oorlogstijd dijken werden gedicht. ‘Hier heeft De Hoop ook een rol in gespeeld. Dat is letterlijk voor mijn deur gebeurd. En we verstevigen de dijken nog steeds: bij de laatste ophoging zijn er opnieuw stortstenen en betonzuilen geleverd.’


Waaraan merken jullie dat De Hoop van oorsprong een familiebedrijf is?

‘Je ziet hele korte lijnen’, zegt Van Keulen. ‘Het is allemaal heel betrokken en persoonlijk.’

Groeneweg vult aan: ‘Toch is De Hoop allang geen klein bedrijf meer, maar een groot, professioneel geleid bedrijf met de betrokkenheid en korte lijnen van een familiebedrijf.’


Welke waarden zijn belangrijk in het bedrijf?

Van Keulen antwoordt zonder aarzelen: ‘Afspraak is afspraak.’ Groeneweg valt hem direct bij: ‘Ja, die staat absoluut bovenaan.’ Volgens Van Keulen draait het daarnaast om continuïteit. ‘Niet voor nu snel even scoren of cijfers oppoetsen, maar met het oog op de zeer lange termijn gezonde dingen doen. Daarmee bedoel ik niet koste wat kost op prijs alles willen winnen.’

Groeneweg legt uit waarom dat zo belangrijk is. ‘Het gaat erom dat we met klanten en partners een langetermijnrelatie willen. Dat betekent dat je hen met hetzelfde respect behandelt als dat we zelf behandeld willen worden.’ Volgens hem hoort daar ook eerlijkheid en transparantie bij, ook als er iets misgaat. Van Keulen: ‘Als je iets niet kunt nakomen,want dat gebeurt zelfs de allerbesten, kom daar dan gewoon eerlijk voor uit. Praat er niet omheen, maar zoek een oplossing.’

Wat zijn de kernactiviteiten van De Hoop?

‘Wij leveren grondstoffen aan de bouw, en dan moet je het woord ‘bouw’ heel breed nemen’, zegt Groeneweg. ‘Infrabouw, woningbouw, utiliteitsbouw, spoorbouw en asfalt,alles wat daarmee te maken heeft. De Hoop kijkt daarbij niet te dogmatisch naar primair of secundair. Wij brengen vraag en aanbod bij elkaar met het oog op langere termijn grondstofstromen.

Van Keulen benadrukt dat de kwaliteit steeds vooropstaat. ‘Bij ons moet het plaatje vanaf de bron tot de eindbestemming kloppen, of het nu zeezand is, zeegrind, een groeve in België of in andere landen. De bron en die balans moeten in orde zijn.’

Een belangrijk deel van de kracht van De Hoop zit in de logistiek. ‘We vervoeren bijna alles zelf’, zegt Groeneweg. ‘We hebben een grote eigen relatievloot van binnenvaartschepen. Die maken voor ons echt het verschil als het gaat om het nakomen van afspraken.’ Ook daar speelt het familie-element weer mee. Van Keulen: ‘Het zijn ook vaak families die het stokje van generatie op generatie doorgeven. Er zijn dus hele familiaire banden met die relatievloot.’


Wat vinden jullie zelf aantrekkelijk aan het werk?

Groeneweg noemt meteen de breedte van het bedrijf. ‘Wij leveren aan de betonindustrie, asfaltindustrie, spoorbouw, waterbouwwerken en allerlei andere toepassingen. Daardoor ben je op één dag met heel verschillende vraagstukken bezig. Dat maakt het werk afwisselend en interessant.’

Van Keulen herkent zich daar volledig in. ‘Je moet continu schakelen en leert al die verschillende markten, met allemaal verschillende partners, kennen. Het duurt wel even voordat je in deze sector bent ingewerkt. Maar, het is een mooi besef dat we samen de verantwoordelijkheid dragen om iets wezenlijks aan Nederland toe te voegen.’


Op welke projecten of activiteiten zijn jullie trots?
Groeneweg: ‘De bulk van ons werk gaat naar de betonindustrie. Dat is minder opvallend, maar als sector zijn we de stille, geruisloze toeleveranciers aan de bouw, infrastructuur en de klimaatadaptatie.’ Als hij iets heel concreets over De Hoop moet noemen, kiest hij iets alledaags. ‘Waar je in Nederland ook over een fietspad fietst, de kans is groot dat die rode steentjes door De Hoop zijn geleverd. Dat is mooi toch?’

Groeneweg en Van Keulen noemen daarnaast de Rijnhaven in Rotterdam, waar De Hoop samen met Boskalis leverde aan een binnenstedelijk project met waterbouwsteen, ophoogmaterialen en andere grondstoffen. Groeneweg: ‘In de Rijnhaven leverde De Hoop mee aan een binnenstedelijk project waar woningbouw en een stadspark samenkomen. Dat is een mooie manier waarop de gemeente Rotterdam invulling geeft aan oude werkhavens. Dan is het wel gaaf dat je daar zoveel grondstoffen voor kunt leveren.’ Van Keulen vult aan: ‘Het mooie is die diversiteit: zo’n project loopt jarenlang door, en de vraag verandert steeds, maar als groep bedrijven konden we daar telkens op acteren. En de Rotterdammers wonen & recreëren er straks.’


Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren?

Benno Groeneweg: ‘Ik zou beginnen met het te formuleren grondstoffenbeleid, want dat is er nu eigenlijk niet. Als Nederland ambities heeft op het gebied van woningbouw en infrastructuur, dan moeten daar ook materialen voor beschikbaar zijn. Roepen dat het allemaal circulair moet, zonder verdere invulling, is niet genoeg. Er moeten duidelijke spelregels komen. Het lastige is dat iedereen zoekt naar manieren om invulling te geven aan termen als circulariteit en duurzaamheid, maar dat zijn containerbegrippen. De overheid roept wel dat het allemaal circulairder en duurzamer moet, maar laat de markt vervolgens grotendeels zelf uitzoeken hoe.  Zolang we geen overeenstemming hebben over wat echt circulair of duurzaam is, blijven we zoekende.’  

Soms slaat het volgens Van Keulen door. ‘Het is vreemd dat we ons bijna lijken te schamen voor het winnen van zand uit de bodem, terwijl dat nog altijd voor 90 à 95 procent het materiaal is waarmee de bouw in Nederland wordt gerealiseerd. De circulaire vraag is: hoe maken we de hoeveelheid bijproduct zo klein mogelijk, en wat doen we er vervolgens mee?’ Bij staal, afval en andere reststromen ziet hij hetzelfde patroon terug. ‘Problemen verdwijnen niet vanzelf doordat productie elders plaatsvindt. In bijvoorbeeld Duitsland en Engeland gebruikt men bepaalde secundaire stromen in asfalt en beton. Dan is dat probleem er niet. Wij moeten die discussie pragmatischer voeren.’

Binnenvaart

Een ander punt dat beiden belangrijk vinden, is de verjonging van de binnenvaart. Van Keulen: ‘De schippers vergrijzen, net als de kennis. Matrozen komen inmiddels veelal uit het buitenland. Daar moet nieuw, jong personeel komen.’

Groeneweg wijst daarnaast op de verduurzaming. ‘Een gemiddeld binnenvaartschip vervangt vijftig vrachtauto’s. Per definitie is het daardoor al vele malen zuiniger en milieuvriendelijker. En toch worden er ook aan die schepen weer zware eisen gesteld om verder te verduurzamen. Prima, maar een schip gaat gemiddeld vijftig jaar mee en een vrachtwagen misschien acht jaar. Als je vijftig vrachtauto’s van de weg haalt met één schip, scheelt dat ook weer in files. Dus: stimuleer de binnenvaart!’

Van Keulen vult aan: ‘Misschien moeten we het nog scherper neerzetten: hoeveel vrachtwagenchauffeurs werven we in de toekomst voor de binnenvaart? Dan maak je het meteen concreet.’

Zijn er nog meer uitdagingen?
Benno Groeneweg: ‘Een grote uitdaging is MKI. De vraag is hoe je dat voor iedereen gelijk krijgt. Nu kun je het netjes doen volgens de regels, maar er zijn ook nog te veel mazen in het systeem. Daardoor lijkt het op papier soms te kloppen, terwijl het in de praktijk scheef zit. Er moet een helder level playing field zijn.’

Jullie krijgen vanuit Europa en Den Haag steeds meer verduurzamingseisen, terwijl lokaal vaak nog de goedkoopste oplossing de doorslag geeft.
Jacobus van Keulen: ‘Dat klopt. Via de MKI-systematiek kun je soms juist op prijs concurreren. Maar wat op papier wordt beloofd, moet uiteindelijk ook worden gecontroleerd, en daar schort het nog aan. We moeten oppassen dat Nederlandse bedrijven niet onnodig op achterstand worden gezet.’

Groeneweg vult aan: ‘Vergis je niet: veel bedrijven werken logistiek al op een manier die zowel kostentechnisch als milieutechnisch heel logisch is. Die werkwijzen zijn niet voor niets ontstaan. Daarom moeten we als branche ook beter laten zien wat we doen en duidelijker uitleggen hoe deze sector werkt. Veel mensen hebben daar nauwelijks zicht op.’

Tot slot: waar zit ‘De Hoop’ voor de toekomst?
Groeneweg: ‘Het belangrijkste voor ons en de hele sector is dat we relevant zullen blijven. De bouw verandert, maar de kern blijft hetzelfde. Of het nu gaat om dijken, wegen, spoor, fietspaden, woningen of appartementen: daar zijn grondstoffen voor nodig. En daarin wil De Hoop een rol blijven spelen.’

Van Keulen sluit af: ‘De Hoop is een familiebedrijf in België en Nederland: persoonlijk, betrokken en wendbaar. Zolang dat blijft, is er reden voor vertrouwen.’ Lachend voegt hij toe: ‘Ik mag ook nog zo’n dertig jaar werken, dus ik kan die hoop goed gebruiken.’